Geachte ouders, beste leerlingen,

Wij heten u van harte welkom in de lagere school van het Onze-Lieve-Vrouwecollege.

Reeds meer dan 150 jaar lang staat het Onze-Lieve-Vrouwecollege met een rijke traditie aan opvoeding en onderwijs ten dienste van de schoolgaande jeugd in Antwerpen.  Het zijn de Paters van de Sociëteit van Jezus die de school opgericht hebben en de richting bepaald hebben.  Oorspronkelijk was er enkel een middelbare school.  De lagere school in haar huidige vorm ontstond aan het eind van de jaren ‘50’ en is dus een kleine 60 jaren oud.

Degelijk en veelzijdig onderwijs waarbij iedere leerling ten volle zijn talenten kan ontplooien is altijd al maar nu nog meer dan ooit, een belangrijk uitgangspunt.

Wanneer de kinderen de grootse, statische, wat streng ogende gebouwen van de school binnenstappen, komen ze terecht in een wereld die bruist van activiteiten, een wereld waar leren, sport, cultuur, creativiteit, ondernemingszin, naschoolse activiteiten, … in een perfecte harmonie aan de kinderen wordt aangeboden en ontwikkeld.  Uw kind krijgt daarbij de tijd om te groeien, te ontwikkelen, uitgaande van haar of zijn eigen talenten.

Daarbij proberen we ervoor te zorgen dat onze school een warme thuis is voor de kinderen.

Enkele belangrijke kenmerken van onze school.

1. Een traditierijke school

Een beetje historiek…

De eerste klas van de ‘voorbereidende afdeling’ zoals toen onze lagere school werd genoemd, ontstond in het schooljaar 1840-1841 en was de ‘zevende klas’  of de ‘cours préparatoire de grammaire’.  Het was een voorbereidend jaar op de humaniora die bestond uit een cyclus van zes jaren van de ‘sixième’ tot de ‘première ‘(classe de réthorique).  In het schooljaar 1845-46 kwam er een tweede voorbereidende klas, de achtste of “cours préparatoire de grammaire deuxième section.  De zevende werd dan de cours préparatoire de première section genoemd.

Er bestond toen wel lager onderwijs in dorpsscholen of parochiescholen.  De beste leerlingen werden van daaruit naar het college gestuurd waar in de ‘classes préparatoires’ vooral aandacht besteed werd aan de Franse taal omdat de humaniorastudies toen nog Franstalig waren.  Er waren in die tijd maar 12 lesuren (4u Frans, 1,5u wiskunde, 1,5u geschiedenis, 1,5u godsdienst, 1,5u Nederlands, 1u Calligrafie en 1u tekenen).

In het schooljaar 1885-86 (ondertussen reeds op de Avenue des arts-Frankrijklei) werd het aantal leerjaren in de voorbereidende sectie van twee op vier gebracht.  De quatrième, troisième, seconde et première – cours préparatoires.  Van ieder leerjaar waren er twee klassen.  Nog steeds vormde het Frans de hoofdbrok van de gegeven lesuren (ondertussen in totaal wekelijks opgelopen van 23,5u tot 25u).   Calligrafie telde in ieder leerjaar 2,5 wekelijkse lesuren !

Ondertussen brak sinds 1885 de vernederlandsing ook door in het college.  Vanaf het schooljaar 1885-86 mocht men twee dagen per week Nederlands spreken tijdens de recreaties.

In ieder geval bleef de voorbereidende afdeling slechts vier leerjaren tellen in het college tot 1914.

Tot diep in de twintigste eeuw noemt men de lagere school, verbonden aan een college (met middelbaar onderwijs), voorbereidende afdeling (eindigend met een zevende leerjaar om de (vermeende) kloof tussen dorpsscholen en studies aan het college te dichten.

De lagere school met zes leerjaren in ons college is ontstaan na het schoolpact (eind jaren ’50, begin jaren ’60) naar het model van de gemeenschapsscholen en wellicht noodzakelijk om erkend te worden.

Uniform lagere school

De kinderen van onze lagere school dragen een schooluniform.  Hoe dat eruit ziet, staat uitgebreid beschreven in ons schoolreglement.  Onze schoolgemeenschap vindt dit schooluniform bijzonder belangrijk.  Het geeft onze jongeren enerzijds een gevoel van gelijkwaardigheid, iedereen draagt hetzelfde en anderzijds een gevoel van trots.  Wij verwachten van onze kinderen en hun ouders die verantwoordelijk zijn voor de kinderen dan ook een strikte naleving van dit uniform zodat we op dit terrein niet sanctionerend moeten optreden.

Ons collegeschild

Ons schild is het familiewapen van Ignatius van Loyola, de stichter van de Sociëteit van Jezus.
De Jezuïeten zetten zich reeds meer dan 400 jaar in voor de opvoeding van jonge mensen, ook in Antwerpen.
De wolf is het symbool van de strijdlust en het doorzettingsvermogen. De pot-op-het-vuur wijst op de gastvrijheid en ontvankelijkheid van geest.

2. Een Christelijke school

De basisschool van het Onze-Lieve-Vrouwecollege is een katholieke school waar de christelijke waarden worden aangeboden en beleefd.  Dit christelijk geloof loopt als een rode draad doorheen heel ons schoolleven.

Meer specifiek doen wij dit :

– via dagelijks bidden in de klas.

– via de godsdienstlessen waar we op een communicatieve wijze streven naar een overdracht van kennis en evangelische waarden.

– via gebedsvieringen en bezinningsmomenten aan het begin van het schooljaar, tijdens de missiewerking, tijdens de adventswerking en tijdens de vasten

–  via liturgische vieringen bij het begin van de missiewerking en bij het einde van elk trimester.

–   via de viering van de eerste communie in het tweede leerjaar.

Onze kinderen leren dat ze behoren tot een christelijke gemeenschap, waarin ze delen met elkaar, verdraagzaam zijn en anderen respecteren.

Kinderen die behoren tot een andere geloofsgemeenschap zijn eveneens welkom op onze school.   Wij verwachten niet dat deze kinderen deelnemen aan de sacramenten en aan de gebeden.  Wij verwachten wel dat ze met openheid en respect luisteren naar ons christelijk verhaal.

Vanuit ons eigen respect voor andersgelovigen is dit een fundamentele grondhouding.  Dit is één van de belangrijkste kenmerken van onze school.

3. Een brede zorg voor onze kinderen

Zorgverbreding heeft te maken met de zorg voor alle kinderen in hun totaliteit . Het is ook voor onze school een zorg om uit elk kind het beste van zichzelf te halen, om het ontwikkelingspotentieel van elk kind te verrijken.

Het hedendaags opvoedingsproject van de Vlaamse Jezuïtencolleges citeert:

“We bemoedigen en helpen leerlingen, vooral wanneer ze het moeilijk hebben, thuis of op school.  Deze zorg ligt in de eerste plaats bij de leerkracht en bij uitbreiding bij de leerlingenbegeleiding, het zorgteam en het directieteam.  Ouders zijn hierbij onze partners bij uitstek.”

Hoe organiseren wij deze brede zorg ?

Ons onderwijs organiseren we volgens een jaarklassensysteem.  Elk leerjaar bestaat uit 4 klassen die allemaal begeleid worden door een klastitularis.  Deze klastitularis brengt de meeste tijd door met de kinderen, kent de kinderen dus wellicht het beste en is daarom de spil in de brede zorg.   De klastitularis observeert de kinderen voortdurend en organiseert voortdurend evaluatiemomenten in de klas.  Dit is een eerste belangrijk onderdeel die ons helpt onze zorgwerking te organiseren .

Een tweede belangrijk middel zijn genormeerde testen.  Deze screenen de individuele cognitieve vorderingen van elke leerling  De resultaten worden opgenomen en geanalyseerd in het leerlingvolgsysteem.

 

Tenslotte worden sociaal-emotionele vaardigheden via observatielijsten besproken en genoteerd.  Deze observatielijst is ook aanwezig in het leerlingvolgdossier.

Deze elementen worden op regelmatige basis besproken met de verantwoordelijke klastitularis, zorgleerkracht, zorgcoördinator en eventueel ook CLB-consulent.  We noemen dit een Multi-disciplinair overleg (MDO).  Zorgleerlingen worden bijkomend besproken in de cel leerlingbegeleiding die de brug slaat tussen de verschillende MDO’s en de werking in de klas met de kinderen zelf.

Alle leerkrachten zijn dan ook belangrijke medewerkers in ons zorgbeleid met elk hun eigen en een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

4. Cultuur

Toneelbezoek

Onze lagere school bevindt zich in het centrum van de stad, heel kort bij ’t Paleis.  Hiervan maken wij gretig gebruik om regelmatig een toneelbezoek op het programma te plaatsen.  Uiteraard gaan we niet enkel naar ’t Paleis maar ook bezoekjes aan “De Singel” of … staan op het programma.  Tijdens de voor- en/of nabespreking komt uiteraard de inhoud, de theatercode, de weg naar… e.d. … uitgebreid aan bod.

Toneel spelen

Toneel spelen is een traditie die reeds veel decenia lang hoog wordt gehouden in alle Jezuïetencolleges.  Ook onze lagere school bouwde reeds een hele traditie op.  In het schooljaar 1990-1991 speelden wij, ter gelegenheid van het 150-jarig bestaan van ons college, het stuk “Kabouters in de stad”.  Al onze leerlingen kwamen hierbij aan bod.  Dit initiatief viel zo goed in de smaak, dat we besloten dit om de drie jaar te herhalen.  Sindsdien volgden stukken zoals :Oliver Twist, Kinderen van Oz, Peter Pan, Momo , Jawel kolonel, … en het voorlopig als laatste in de rij : Koning van Katoren.

Het werden voor onze kinderen stuk voor stuk onvergetelijke evenementen.

Muziek

Reeds jarenlang heeft onze school een natuurlijke band met het Kathedraalkoor, het kind- en jongerenkoor van de Antwerpse Kathedraal.  Heel veel kinderen zingen mee.  De dirigent van het kathedraalkoor, dhr Sebastiaan Van Steenberge verzorgt de muzieklessen van onze school.

Een eigen kinderbibliotheek

Reeds meer dan 20  jaren bezit onze lagere school een eigen bibliotheek.  In het begin bestond deze uit een samensmelting van de verschillende klasbibliotheken en vele boeken die we uit schenkingen van onze ouders mochten ontvangen.  Sindsdien is er ook serieus geïnvesteerd in nieuwe boeken zodat we met trots kunnen zeggen dat we op dit moment kunnen beschikken over een geïnformatiseerde bibliotheek met een 5 000-tal verschillende titels waaronder heel veel recente en bekroonde werken.  We blijven de evolutie van kinderboeken op de voet volgen, zodat we onze leerlingen blijvend een moderne bibliotheek kunnen aanbieden.  Met trots melden we nog dat deze bibliotheek wekelijks gerund wordt door onze ouders waarvoor we heel dankbaar zijn.

5. Leeruitstappen

Klasnamiddagen op Mariënborgh

Op de grens tussen Edegem en Wilrijk (Doornstraat, Edegem) ligt het sportcentrum Mariënborgh.  Zeswekelijks gaan twee klassen onder leiding van hun klastitularis en een leerkracht l.o. een ganse namiddag naar Mariënborgh.  Daar wordt les gegeven in sport en w.o.

Openluchtklassen

Het eerste leerjaar gaat op sprookjesklassen.

Half mei verhoogt elk jaar weer de spanning in onze eerste klassen.  Op de startochtend van de sprookjesklassen overspoelen talloze kaboutermutsen onze speelplaats.  Daarnaast valt ons jaarlijks ook het grote aantal heel kleine hartjes op.  Heel veel van onze eersteklassers trekken er voor het eerst op uit zonder mama of papa.  Zowel voor mama, papa als de kabouter is dit toch wel een “bangelijk” moment.  In het kasteelpark “Het verloren bos” in Lokeren worden onze kabouters elk jaar weer als prinsen ontvangen.  Talloze activiteiten zoals  kabouterturnen en kabouterzwemmen, op zoek naar de schat, bosspel, kabouterzingen, … vinden daar plaats.  Twee nachten en drie dagen later en na een moeilijke zoektocht naar de schat, komen ze terug in Antwerpen aan.  Een fantastische ervaring voor onze kleinsten, u zal het wel merken als ze terug zijn.

Het vierde leerjaar verblijft vier dagen aan zee.

Eind september of begin oktober trekken onze vierdeklassers voor vier dagen naar Koksijde.  Ze verblijven daar in een home kort bij de ‘Hoge Blekker’.  Strand-en duinenexploratie, studies rond de zee, schepen en de haven, strand- en duinenspel, … staan op het programma.  Uiteraard is het samen leren, samen slapen, samen wandelen, samen spelen, samen eten tijdens deze vierdaagse van bijzonder belang.  Hier worden de bakens uitgezet voor een mooi vierde leerjaar.

Onze zesdeklassers gaan op sneeuwklassen

Elk schooljaar tijdens het tweede trimester trekken onze zesdeklassers op sneeuwklassen naar het mooie Zwitserland.  Dit pedagogisch project wordt gedurende enkele weken vrij intensief voorbereid in de klas waarna in Zwitserland, gedurende 9 dagen, alles aan de praktijk wordt getoetst.  Leerwandelingen van een halve dag tonen aan onze jongens en meisjes de typische kenmerken van de natuur en het leven in de bergen.  De andere halve dag skiën onze leerlingen onder leiding van bekwame skimonitoren.  Het laat zich raden hoe onze twaalfjarigen elk jaar weer opnieuw uitkijken naar deze onvergetelijke dagen.  De verhalen achteraf bewijzen hun groot gelijk.