Het sociaal project is voor onze school een manier om het ignatiaanse opvoedingsproject een eigentijdse invulling te geven. Dat opvoedingsproject wil hoofd en hart van de leerlingen vormen opdat ze later als ‘agents of change’ meebouwen aan de evangelische droom van een rechtvaardige samenleving. Naast onze school geven nog zes colleges in Vlaanderen en colleges over de hele wereld het ignatiaanse opvoedingsproject op een gelijksoortige manier vorm.

Onze vijfdejaars zetten zich dertig uur in buiten de schooluren, gespreid over een aantal maanden. De school biedt hen de kans om persoonlijk contact te hebben met bejaarden, kansarme autochtone en allochtone kinderen of motorisch en mentaal mindervaliden.

We hopen dat ze op die manier uit hun vertrouwde wereld durven te stappen voor ontmoetingen met mensen die minder kansen hebben gehad dan zij. De jongeren merken gaandeweg dat hun vooroordelen verdwijnen, voelen zich nuttig en ervaren dat inzet henzelf en de ander gelukkig maakt.

Zo bekeken, is dit project geen verplichting maar een voorrecht. We besteden veel aandacht aan het terugblikken. Wij leren hen om de vruchten van hun project te plukken en zich niet in de actie te verliezen. Na elk bezoek aan de projectplaats schrijven leerlingen kort hun indrukken neer in een ie-boek, reflecteren met medeleerlingen en reflectiebegeleiders tijdens twee middagpauzes en schrijven op het einde van het schooljaar een projectverslag. In de praktijk vergt dit heel wat voorbereiding en omkadering.

Op het einde van het vierde jaar kiezen de leerlingen een project uit de lijst van 35 organisaties die wij hen aanbieden. Ze stellen een top vijf op en motiveren hun keuze in een brief. Nog voor het einde van het schooljaar weet iedereen waar hij vanaf september aan de slag kan. In het totaal zijn ongeveer 80 volwassenen rechtstreeks betrokken bij de begeleiding.

Het leven kan een labyrint zijn. Ons sociaal project reikt onze vijfdejaars, zo hopen we, een draad van Ariadne aan waardoor ze niet verdwalen. En die draad van Ariadne heet: word een mens voor anderen. Wij worden nog altijd geïnspireerd door de spiritualiteit van de jezuïeten. IHS is, onder andere, de afkorting van de naam van Jezus. En de jezuïeten zijn de vrienden in de Heer.

Ignatiaanse spiritualiteit heet zo naar de Bask Ignatius van Loyola, die in de zestiende eeuw de orde stichtte. Toen hij zijn mondaine leventje vaarwel zegde, volgde een grillige reis, zowel fysiek als geestelijk. Toen Ignatius merkte dat zijn inzichten ook anderen konden helpen, schreef hij de Geestelijke Oefeningen.
Wie de Oefeningen doet, voert een intense dialoog met Jezus. Die dialoog beïnvloedt je levenskeuzes. De Bask Pedro Arrupe was Algemene Overste van de Orde van 1965 tot 1983. Velen zijn van mening dat deze uitzonderlijke man de Orde heeft hersticht en heeft mogelijk gemaakt dat zij haar wortels opnieuw ontdekte.

Pater Arrupe hield in 1973 voor oud-leerlingen een spraakmakende voordracht Mensen voor anderen. Aanvaarden wat hij te zeggen had, was accepteren om zichzelf te bekeren en om de eigen omgeving te veranderen. Pater Kolvenbach, algemene overste van 1983 tot 2008, bood na vijfentwintig jaar dienst zelf zijn ontslag aan en hier ziet u hoe erkentelijk men was dat hij de Orde met sereniteit had geleid door moeilijke periodes. Pater Arrupe had indertijd de krachtlijnen voor de toekomst bepaald en onder de leiding van pater Kolvenbach werden die ideeën vertaald in een opvoedingsproject voor de colleges.

Ons sociaal project ademt de geest van dat project. We moeten dringend een foto maken van de hele kerngroep. Op deze foto ontbreken drie leden. De inspirator van ons sociaal project, Nikolaas Sintobin, een jezuïet, moet ook zeker op de foto. Omkadering is van essentieel belang. Op dit moment zijn er 2 gemandateerden, 7 coördinatoren, 38 begeleiders verbonden aan de school (waarvan 24 ouders) en 43 begeleiders ter plaatse.

Bij het begin van het vijfde jaar starten we officieel met het sociaal project, eerst vergaderen de leerlingen apart met hun coördinator en hun begeleider en daarna zenden we hen plechtig uit. We informeren hen grondig met een informatiemap.

De begeleiders zetten zich belangeloos in en belichamen alleen al daardoor het sociaal project. Wij zijn bijzonder blij dat er zoveel ouders meewerken. Leerlingen merken dat ze rijker worden door te geven. Door ontmoetingen voorbij de leeftijdsgrenzen worden ze zich scherper bewust van de eindigheid van het leven en hun relaties, onder andere met hun grootouders, worden er rijker door. Onze leerlingen kunnen kiezen voor een sociaal project met fysiek gehandicapten. Onze tijd propageert een vrouw- en manonvriendelijk schoonheidsideaal. Door contacten met fysiek gehandicapten leren leerlingen die valse beelden te relativeren. Een geestelijke handicap hoeft een warm contact niet in de weg te staan.

De commentaar van de projectbegeleiders en –coördinatoren bij het dagboek helpt de leerlingen om hun reflectie te verdiepen. Tijdens twee middagpauzes blikken de leerlingen, onder de leiding van reflectiebegeleiders, terug op hun sociaal project. De eerste keer met leerlingen uit een gelijksoortig project, de tweede keer met leerlingen uit andere projecten.

Eind april schrijven de leerlingen een projectverslag. Ze krijgen daarvoor duidelijke instructies en richtvragen. Dat verslag is bestemd voor de coördinator en de begeleider.

Einde mei sluiten we het sociaal project van dat schooljaar plechtig en feestelijk af.